portret voorzitter
wonen
wonen

Den Haag is een stad van koop– én huurwoningen, duur en goedkoop. Deze zijn niet gelijkmatig over de stad verdeeld. Naast wijken met een weldadige en soms internationale woonkwaliteit, staan er in bepaalde wijken veel goedkope huurwoningen, waar werkloosheid, onderwijsachterstanden en lage inkomens domineren. Helaas blijkt deze omstandigheid in grote mate bepalende te zijn voor de kansen voor de bewoners en voor de leefbaarheid. Een grote concentratie kansarmen in een wijk jaagt de andere bewoners weg, en daarmee ook de winkeliers. Mensen die zich op hebben weten te werken, zullen niet in hun eigen verpauperende wijk naar een betere woning zoeken. Zij voelen zich er niet meer thuis. Ouderen die nog zelfstandig kunnen wonen, moeten dat kunnen blijven doen, zonder dat zij zich een vreemde gaan voelen. Woningtoezicht, Stadsbeheer, politie en justitie zullen samen met de woningbouwverenigingen, andere grote verhuurders, verenigingen van eigenaren en bewonersorganisaties in wijk– en stadsdeelkantoren verbanden aangaan, waar bewoners met hun vragen en meldingen terecht kunnen. De PFP vindt dat met name de woningbouwverenigingen een grote taak hebben om in wijken met veel bezit de leefbaarheid te bewaken.

Het is ontoelaatbaar indien bewoners uit hun wijk moeten vluchten, omdat de leefomstandigheden door verpaupering en straatterreur onleefbaar wordt. Het kan nodig zijn de instroom, uitstroom en doorstroom van bewoners te sturen. Bepaalde wijken en woningbouwcomplexen zullen kunnen worden gesloten voor kansarmen van buiten de regio door het stellen van inkomens– of opleidingseisen. Mensen van buiten die daar willen wonen zullen eerst een baan moeten vinden. Uitkeringen zullen alleen nog maar zijn bedoeld als tijdelijk vangnet, omdat werkloosheid door de eindeloze leegheid van het bestaan het gevaar oplevert van overlast en criminaliteit.

Om de bevolkingssamenstelling evenwichtig te houden zal de gemeente doorgaan met het bouwen voor midden– en hogere inkomens. Om de snelheid van het proces op te voeren wil de PFP afzien van het beleid om bij nieuwbouw minimaal 30% sociale huurwoningen te realiseren.

Er moet worden vermeden, dat er vanwege sloopplannen bewoners moeten verdwijnen die geen goed inkomen hebben, maar wel een grote binding aan de wijk en de stad. Mensen die opgegroeid zijn in een wijk, of er lang hebben gewoond, brengen door hun binding stabiliteit in hun buurt. Met de woningbouwverenigingen zal worden overlegd over het principe, dat iedere bewoner van een sociale huurwoning het recht krijgt om zijn woning te kopen. Een deel van de grootschalige sloopplannen voor inmiddels tienduizenden woningen zal worden heroverwogen, met name dààr, waar de bewoners willen blijven wonen en de woningen al gerenoveerd zijn. Dit verkleint bovendien het huidige tekort aan huurwoningen en de wachttijd. Gedacht kan worden aan samenvoegen, renoveren, verkopen (aan de bewoners of bij leegkomen) en liftbijplaatsing. De bewoners en hun organisaties zullen hierbij meer worden betrokken.

Huisjesmelkers die op een onmenselijke manier huurders uitbuiten in krotten en mensenpakhuizen, en zo broeinesten creëren van overlast en criminaliteit, moeten keihard aangepakt worden. Bouw– en Woningtoezicht, brandweer, politie, belasting en uitkeringsinstanties zullen met banken, notarissen en makelaars, door het uitwisselen van gegevens, een muur opwerpen tegen dit soort uitbuiters. De brandpanden en andere krotten zullen ook worden aangepakt.

Wat betreft de woonomgeving dient de overlast van verkeer en bedrijvigheid te worden beperkt. Belangrijk daarbij zijn de richtlijnen voor de volksgezondheid, zoals die voor de luchtkwaliteit. Erg actueel is de richtlijn voor stof uit dieselmotoren. Met name daar waar permanent files in woonbuurten staan, zal door de gemeente worden opgetreden met herinrichtingen en het sturen van de verkeersstromen. De ringwegen worden zo snel mogelijk afgerond. Indien daardoor tussen wijken barriëres ontstaan, kan op termijn gedacht worden aan een verdiepte ligging van deze wegen.

De PFP is tegenstander van het bouwen van woonwijken voor de kust, omdat een dergelijke ingreep grote invloed heeft op de kwaliteit van het recreëren en wonen in het kustgebied. Het zou een dermate groot project worden, dat het langdurige voorbereidings– en bouwtijd zou hebben. Gezien de geringe of zelfs uitblijvende groei van de bevolking die in Nederland wordt verwacht, bestaat er ook geen noodzaak voor het bouwen in zee.

Voordelen van het leven in de stad

De PFP wil dat in Den Haag een wervend woonmilieu en vestigingsklimaat ontstaan. De bestaande wervende woonmilieus in de stad zullen worden bewaard. De stad dient nationaal en internationaal te concurreren als vestigingsplaats voor bedrijven, instanties, culturele instellingen en hoogopgeleide en creatieve mensen. De PFP wil extra aandacht voor startende bedrijven die een katalysator kunnen worden voor aanverwante bedrijvigheid. Het bestaande kunstaanbod zal worden herijkt en worden bekeken op de bijdrage die het gebodene voor de stad heeft. Daarnaast heeft Den Haag al decennia lang een saai imago, mede door het tekort aan uitgaansgelegenheden. De gemeente zal daarom actief met ondernemers op zoek gaan naar locaties voor dansclubs, zeker als Asta gesloopt wordt.

In en rond de binnenstad ligt de nadruk op het creëren van een wervende en creatieve omgeving voor kenniswerkers die initiatiefnemer kunnen worden voor, allereerst kleine, bureaus in de ontwerpende, adviserende en vormgevende sectoren (kunst, ICT, mode, film, reclame, architectuur, constructieberekening, werkbemiddeling, advocatuur, organisatie–advies, etc.). Het gaat daarbij voor de gemeente om een brede culturele infrastructuur, die bestaat uit de beschikbaarheid van aantrekkelijke ontmoetings– en uitdrukkingsmogelijkheden, zoals openbare ruimten, horeca, podia, kunstinstellingen, werkruimten, oefenruimten en woningen. Lang niet alle te stimuleren activiteiten dienen direct commercieel of loonvormend te zijn, omdat zij gezamenlijk wel leiden tot een sfeer en een imago waar anderen op af komen, die meer marktgericht zijn. De aantrekkingskracht voor bewoners, bezoekers en werkgelegenheid zullen elkaar daarbij versterken.

De PFP is echter van mening, dat de aantrekkelijkheid van de binnenstad sterk achteruit gaat. In delen van de binnenstad hangt met name 's avonds en 's nachts een intimiderende sfeer, evenals rond de omliggende NS–stations en HTM–haltes. De grote culturele instellingen aan het Spuiplein worden door de inmiddels vertrokken Hagenaars uit de omliggende voorsteden en dorpen onvoldoende meer bezocht. Rondhangende groepen geven het individu een gevoel van onveiligheid. Gezocht moet worden naar bewonerscategorieën die er iets extra's voor over hebben om in en rond het centrum te wonen, of die een bijdrage leveren aan een wervend centrummilieu.

Op strategische plekken dient daarom de nadruk te liggen op nieuwbouw in het betere woningsegment en verder op grootschalige verkoop van sociale huurwoningen, met name daar waar overlast en onveiligheid bestaat. Op andere plekken zullen woningen worden gereserveerd voor kunstenaars, studenten en pas afgestudeerden. Sommige complexen zullen geschikt zijn voor tijdelijke verhuur. Overlast door horeca en andere bedrijvigheid zal worden tegengegaan. Uiteraard wordt doorgegaan met het wervend inrichten van de openbare ruimte, met name het winkelgebied. Dat de binnenstad wat betreft breken, bouwen en herinrichten toe is aan wat rust, is van groot belang voor het woon– en verblijfklimaat de eerstkomende jaren.

Goed openbaar vervoer is van vitaal belang voor de Haagse economie. Tram, bus en randstadrail moeten aantrekkelijk worden voor alle bewoners van Haaglanden. Alle burgers betalen via de belasting mee aan het openbaar vervoer. Daarom hebben zij recht op waar voor hun geld. Weer is een grote kans voorbijgegaan bij de bouw van Wateringse Veld, Ypenburg en Leidschenveen. De eerste bewoners wonen er al jaren en het eerste station werd pas onlangs geopend, terwijl er nota bene bestaande spoorwegen doorheen lopen. Er zijn ook Haagse buurten, waar te weinig lijnen lopen. Te denken valt met name aan de Schilderswijk samen met Het Oude Centrum. Een bushalte is daar zelfs onlangs opgeheven. In Rotterdam is de conducteur weer op de tram terug en men daar erg tevreden over. Uitgezocht zal worden of dit in Den Haag ook moet gebeuren en dat in relatie tot de landelijke openbaarvervoer–chipkaart. Het openbaar vervoer zal in de daluren goedkoper worden gemaakt middels de retourkaartjes van de HTM en Connexxion. Dit bevordert het gebruik en vermindert de kans op zwartrijden. Getracht zal worden de nachtbussen aansluiting te laten krijgen op de NS–nachttreinen.

Betaald parkeren mag in woonbuurten nooit een melkkoe zijn. Betaald parkeren mag alleen worden ingevoerd, en op die tijden, indien de bewoners in die buurt daar zelf in meerderheid voor zijn. Het mag niet zo zijn, dat er mèt betaald parkeren even weinig kans is op een parkeerplek is als zonder.

In de omgeving van Den Haag zijn veel groen– en natuurgebieden. In de stad zijn deze echter slecht verdeeld. De roep om meer groen is de PFP dan ook uit het hart gegrepen. Bij herstructureringen en herinrichtingen van wijken of pleinen zal hier rekening mee worden gehouden. Het groen moet toegankelijk en bruikbaar zijn, en dan niet alleen voor wilde paarden en runderen. Dit kan door ze (deels) beter bereikbaar te maken, er een restaurant mogelijk te maken en wandelroutes aan te leggen, zonder en mèt hond of paard.

In de stad zelf bestaat er in verschillende wijken een tekort aan groen. Indien er tot sloop wordt overgegaan zal de hoeveelheid groen worden vergroot. Juist in wijken met een tekort aan groen, en dus met een grote druk op de beschikbare kleine speelplekken en plantsoenen, zal de gemeente deze zeer regelmatig onderhouden en zonodig herinrichten, steeds in overleg met de omwonenden.

De in Den Haag en Rijnmond als restwarmte geproduceerde energie zal worden gebruikt voor de verwarming van kantoren en woningen. Het CO2–afvalgas van grootschalige verbranding kan gebruikt worden in het Westland om daar onze groente en fruit extra te laten groeien.

De uitlaatgassen van gemotoriseerde voertuigen bepalen voor een groot gedeelte de luchtkwaliteit in Den Haag. Alle gemeentelijke en HTM–voertuigen moeten snel roetfilters krijgen. Ook moet er gekeken worden naar rijden op aardgas. Overleg hierover vindt ook plaats met andere en semi–overheidsinstellingen. Onderzocht wordt of het anders afstellen van de verkeerslichten tot een verbetering van de luchtkwaliteit leidt.

info@partijfranspostma.nl
Valid XHTML 1.0 Strict