portret voorzitter
werk
werk

De PFP vindt dat elke Hagenaar een zinvolle bijdrage aan de samenleving kan leveren, ongeacht capaciteiten of afstand tot de arbeidsmarkt. Een uitkering mag alleen niet het alternatief zijn. De werkloosheid in Den Haag is veel hoger dan het landelijke gemiddelde. Tegelijkertijd zijn er duizenden vacatures. Dit laat zien dat er absoluut een stevig beleid noodzakelijk is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen en de vacatures te vervullen. De gemeente Den Haag kan arbeidsplaatsen creëren door de grootste werkgever van de stad, het midden– en kleinbedrijf, te stimuleren en faciliteren.

Allereerst zal er gezorgd worden voor een aantrekkelijke stad, waar het goed werken, wonen en verblijven is. Het doel daarvan is, dat afgestudeerden van het MBO, HBO en universiteiten zich in de stad vestigen, als ondernemer of werknemer. Bedrijven zullen worden gestimuleerd zich in de stad te vestigen of er te blijven. Vooral een gezond midden– en kleinbedrijf kan veel andere bedrijven aantrekken en banen en stageplaatsen creëren. Daar waar het voor ondernemers moeilijk is om te investeren, zullen zij de overheid aan hun kant vinden. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Economische Kansenzones en broedplaatsen, waar de gemeente startend ondernemerschap stimuleert. Ook kwakkelende winkelstraten blijven aandachtspunt voor een divers aanbod. De veiligheid op kantoren–, bedrijven– en winkellocaties zal worden verbeterd met een geconcentreerde aanpak.

Voor internationale en nationale instanties en het bedrijfsleven is Den Haag nu al aantrekkelijk, maar het kan beter. Voor de kantorensector wordt reeds goed gezorgd. De aankleding van de kantooromgeving en goede looproutes naar het centrum, winkelstraten en horeca worden aandachtspunten. Voor het vestigen van kleinere kennisbedrijfjes zal meer gebeuren (zie Hoofdpunt 2). Voor productie– en onderhoudsbedrijven gaat in Den Haag op de bestaande bedrijventerreinen veel ruimte verloren, omdat de functie bedrijven wordt omgezet in kantoren, onderwijs, recreatie en wonen. De grond wordt dan wel intensiever gebruikt, maar deze beweging komt niet overeen met het door de Haagse werklozen genoten onderwijs. Om die reden zal voorzichtig met de huidige bedrijfsruimte worden omgegaan.

Te denken valt hier aan de Scheveningse haven, omdat daar steeds meer woningen worden gepland, die vanwege de milieuregelingen het vestigen van bedrijven ernstig belemmeren. Het ondernemersklimaat valt ook te verbeteren door het verminderen van de administratieve regellast, zoals het digitaliseren van het aanvragen en verstrekken van vergunningen, het stroomlijnen en schrappen van regelgeving, en een één–loket–systeem. Daarnaast speelt de beschikbaarheid en bereikbaarheid van de locaties een grote rol.

Voor jongeren die een diploma hebben, liggen momenteel de banen niet voor het oprapen. Schooluitval is echter het grootste probleem. Het spijbelen zal worden aangepakt. Het beschikbaar zijn van voldoende stageplaatsen is essentieel. De gemeente zal scholen, scholieren en bedrijfsleven samenbrengen om deze te realiseren, waarbij eenieder zijn verantwoordelijkheid dient te dragen. Momenteel is een uitkering een te gemakkelijk alternatief voor werk of scholing. Iemand die geen diploma haalt, krijgt, wat betreft de PFP, geen uitkering, maar gaat terug naar school. Voor jongeren die nog onder de leerplichtwet vallen zal het mogelijk worden gemaakt, alleen indien dit uitkomst biedt en past bij de interesse van het kind, begeleid in deeltijd te werken.

Jongeren tot 27 jaar mèt een diploma zonder werk krijgen ook geen uitkering, maar zullen aan het werk worden gezet. In veel sectoren is werk genoeg, denk maar eens aan het Westland, de zorg, de bouw en de kinderopvang. Mensen die niet op eigen kracht een baan kunnen vinden, verdienen een duwtje in de rug, en krijgen zo werkervaring. De PFP weigert grote groepen mensen als zwak of hulpbehoevend te bestempelen. Hagenaars zijn kansrijk en niet kansarm. Bij de arbeidsbemiddeling zal in het vervolg de aandacht meer uitgaan naar het vervullen van de beschikbare vacatures en minder op het eindeloos begeleiden en scholen van de werklozen. Vaak vinden mensen geen werk, omdat ze gekozen hebben voor een opleiding die nauwelijks kansen biedt. Zij zullen aanvullend onderwijs moeten volgen om bruikbare kennis en vaardigheden te verwerven.

Jarenlang is er veel geld gegaan naar gesubsidieerde arbeid. Subsidies mogen echter niet meer naar werkgevers gaan, die niet van plan zijn hun personeel een kans te geven op een echte baan. Discriminatie door werkgevers zal worden aangepakt, maar sollicitanten of werknemers mogen van dit begrip ook geen misbruik maken. In Den Haag heerst een bepaalde werksfeer en gedragscode, met name in kantoren. Iemand, die zijn eigen identiteit wil cultiveren, of die qua houding, gedrag of uiterlijk polariseert, zal daar niet kunnen functioneren. Dat ligt dan niet alleen aan de werksituatie. Een dergelijke situatie mag niet meer automatisch leiden tot recht op een uitkering.

In het algemeen zal iemand die kan werken, ook moeten gaan werken. Omgekeerd geldt, dat iemand die wel kan, maar niet wil werken, ook geen recht heeft op een uitkering. Als men niet kan werken, zal worden gezocht naar een andere tegenprestatie voor een uitkering, bijvoorbeeld in de vorm van scholing, leerwerkplekken (mèt uitzicht op betaald werk), of participatiebanen (indien dat uitzicht er niet is).

Mensen die niet op eigen kracht een baan kunnen vinden, verdienen een duwtje in de rug, maar de PFP weigert grote groepen mensen als zwak of hulpbehoevend te bestempelen. Hagenaars zijn kansrijk en niet kansarm. Jarenlang is er veel geld gestoken in gesubsidieerde arbeid. Subsidies mogen echter niet meer naar werkgevers gaan, die niet van plan zijn hun personeel een kans op een echte baan te geven. Discriminatie door werkgevers zal worden aangepakt, maar sollicitanten of werknemers mogen van dit begrip ook geen misbruik maken.

In Den Haag heerst een bepaalde werksfeer en gedragscode, met name in kantoren, waardoor iemand, die zijn eigen identiteit wil cultiveren en qua gedrag of uiterlijk polariseert, daar niet zal kunnen functioneren. Met name houding en gedrag, waardoor zelf onderscheid wordt gemaakt met collega's, valt moeilijk te integreren. Dat ligt dan niet alleen aan de werksituatie. Een dergelijke situatie mag niet meer leiden tot recht op een uitkering. In het algemeen zal iemand die kan werken, ook moeten gaan werken. Daarmee wordt de kans vergroot om zelf op de arbeidsmarkt aan de slag te gaan. Omgekeerd geldt, dat iemand die wel kan, maar niet wil werken, ook geen recht heeft op een uitkering. Als men niet kan werken, zal worden gezocht naar een andere tegenprestatie voor een uitkering.

Het onderwijs moet beter aansluiten op de behoeften van de werkgevers, en zeker die met vacatures. De gemeente en het bedrijfsleven zullen veel meer zeggenschap krijgen over het beroepsonderwijs, dat deels weer ambachtelijk wordt. Met name het VMBO zal veel meer gericht worden op de beroepspraktijk. Theorie is een aanvulling die leerlingen niet moet laten uitvallen en tot werkloosheid veroordelen.

info@partijfranspostma.nl
Valid XHTML 1.0 Strict