portret voorzitter
jongerenbeleid
jongerenbeleid

De huidige kennissamenleving vereist hoger geschoolde werknemers dan vroeger. Andersom is voor een redelijke baan een goede opleiding vereist. Dit stelt eisen aan de scholen, maar ook aan de leerlingen, willen deze voor zichzelf een goede uitgangspositie verkrijgen. De Haagse scholen zullen de jeugd die kennis en vaardigheden moeten bijbrengen die nodig zijn om in de kennissamenleving een goede boterham te verdienen. Dat betekent voor het voorbereidend en algemeen vormend onderwijs, dat dit moet opleiden voor het beroepsonderwijs, en het betekent dat het beroepsonderwijs moet opleiden voor de arbeidsmarkt. Indien het resultaat van scholen niet voldoende is, zal met behulp van de onderwijsinspectie naar oplossingen gezocht worden. Zonodig zal daarbij ook gekeken worden naar de manier waarop het onderwijs en de kennisoverdracht vorm wordt gegeven. De PFP is een voorstander van het weer meer centraal stellen van de lesstof, en dus de kennis van de leraar, en vergroten van het aantal contacturen tussen leerlingen en leraar.

De PFP is van mening, dat de werkgevers bij de overheid, het grotere bedrijfsleven en het midden– en kleinbedrijf zich met de inhoud van de opleidingen mag bemoeien, en dat de onderwijsinstellingen met deze partijen samenwerkingsverbanden moeten aangaan. De gemeente zal hierop toezien. De behoefte van de arbeidsmarkt, en dus het vervullen van de bestaande en te verwachten vacatures, staat daarbij centraal. Dit houdt in, dat het beroepsonderwijs, waaronder de ROC's, de instroom drastisch moet beperken van die opleidingen, waar de arbeidsmarkt vrijwel geen behoefte aan heeft. Indien dat niet gebeurt, lopen we het risico dat we een hele generatie jongeren opleiden om levenslang van een uitkering afhankelijk te zijn. Bovendien lopen we het gevaar, dat de werkgelegenheid verdwijnt naar gebieden waar wel een goed aanbod van werknemers bestaat.

Het hoger onderwijs in Den Haag is de laatste jaren bijna geheel samengevoegd tot een hogeschool. Ook op dit niveau zal het onderwijs meer gericht worden op de arbeidsmarkt. Het is zaak dat dit onderwijs een goede band onderhoudt met de universiteiten en andere hogescholen in de omgeving, inhoudelijk en qua doorstroming van leerlingen.

Scholen beconcurreren elkaar nu op leerlingenaantallen. Met flitsende folders worden kinderen en ouders gelokt met leuke opleidingen en met leuke activiteiten. De PFP wil echter dat de scholen worden afgerekend op resultaten, bijvoorbeeld op wie de grootste hoeveelheid leerlingen succesvol naar goede vervolgopleidingen of banen weet toe te leiden. Alle Haagse basisscholen zullen verplicht worden mee te doen aan de Cito-toets. De gemeente zal ook het gezamenlijke onderwijs aanspreken op deze resultaten, zodat niet kan worden geconcurreerd door middel van de kwaliteit van de instroom van de leerlingen.

Veel scholen zijn, gestimuleerd door de rijksregelingen, anonieme leerfabrieken geworden. De menselijke maat is er, zowel voor leraar als leerling, volledig zoek. De grote maat van de eenheden ontmoedigen het aangaan van binding, en bevorderen een cultuur van vermijding en afzijdigheid. De anonimiteit belemmert leerlingen in hun persoonlijke ontwikkeling. Te veel leerlingen hebben correctie nodig, en de uitgaven in de preventieve, curatieve en repressieve sfeer zijn onnodig hoog. De PFP wil kleinere scholen met maximaal 600 leerlingen. Deze zorgen ook voor minder overlast in de omgeving. Op school moet iedereen mee kunnen doen. De consumpties dienen daarom in principe kostendekkend te zijn, zeker de gezondere.

Nà het gezin is de school voor jongeren de plaats waar ze kennismaken met de normen en waarden van de samenleving. Ze leren zichzelf sociaal te gedragen en ze leren er deel uit te maken van een groter verband. De signalen van vermijding en afzijdigheid zijn goed te zien aan extreme kleding en gedrag, die zich ook groepsgewijs uit. Daarbij wordt veelal grote druk uitgeoefend om tot de groep toe te treden of er binnen te blijven. Naar buiten toe uiten dergelijke groepen zich gesloten en vaak agressief. De scholen mogen niet de basis vormen van de meer dan 100 jeugdbendes die inmiddels in Den Haag hun gang gaan. Om die reden wil de PFP de kleding van scholieren en leerkrachten aan banden leggen en de uitingsmogelijkheden beperken. Het gaat daarbij zowel om agressieve ghettokleding, om nationalistische en godsdienstige uitingen, als om te sexuele kledij. Hebben we in het verleden niet al de bomberjacks met Nederlands vlaggetje van de scholen geweerd? Door de PFP wordt daarbij gedacht aan het invoeren van een verplicht schooluniform. Uiteraard zal de controle op wapenbezit, drugs en prostitutie/loverboys intensief zijn.

De PFP wil het onderwijs meer toesnijden op de mogelijkheden en interesse van de leerlingen. Voor veel van hen is het onderwijs te theoretisch en te passief. Hierdoor verliezen vooral jongens snel hun aandacht, omdat zij meer gericht zijn op het maken of doen van dingen. In praktisch, ambachtelijk werk is bovendien een goede boterham te verdienen, zowel vrijgevestigd, als als werknemer. Dit geldt ook voor de meisjes. Het midden– en kleinbedrijf klaagt steen en been over het gebrek aan vaardigheden van de starters op de arbeidsmarkt. Het terugbrengen van het ambachtelijke op alle niveaus van het beroepsonderwijs ziet de PFP dan ook als essentieel. Bovendien verwachten wij een veel kleinere schooluitval. In het onderwijs voltrekken zich veel veranderingen en is er veel beroering. De PFP wil niet dat ouders gedwongen worden hun kinderen mee te laten doen met allerlei experimenten die in het onderwijsveld plaatsvinden. Om die reden pleit zij voor het behoud van de vrijheid van schoolkeuze.

Meer dan kennisoverdracht

Elke leerplichtige Hagenaar zal naar school gaan. Het spijbelen zal worden tegengegaan, juist ook voor de moeilijkste leerlingen. De leerplichtambtenaren moeten datgene doen waarvoor ze zijn aangesteld en waarvoor zij de bevoegdheid hebben: het handhaven van de Wet op de Leerplicht. Zij zullen daarin samenwerken met wijkagenten, stadswachten en jeugdwerkers. Het moet vaker mogelijk zijn een qua gedrag niet te handhaven leerling te verwijzen naar het speciaal onderwijs. Voor leerplichtige leerlingen die in een groepssituatie en vanwege de abstracte sfeer zich ook daar moeilijk te handhaven zijn, zal er via een deeltijdbaan gezocht worden naar begeleid werk. Voor leerlingen die na de leerplichtige leeftijd nog geen diploma hebben zal de leerplicht worden verlengd tot 23 jaar. Voor leerlingen die de sfeer op school zodanig verpesten, dat het geven van goed onderwijs aan de rest van de leerlingen in het gedrang komt, wil de PFP een tuchtschool oprichten. De welwillende leerlingen en ouders hebben recht op bescherming. Zij mogen niet dagelijks de dupe zijn van een kleine groep kwaadwillenden. Ook de leerkrachten moeten worden ontzien en de overlast rond de school moet worden beperkt.

Groepen met onderwijsachterstand zijn een probleem van alle tijden, maar het probleem is momenteel duidelijk gerelateerd aan een jarenlang te vrijblijvend immigratiebeleid. Bij het wegwerken van taalachterstanden bij kinderen is de Nederlandse les het enige recept. Kinderen moeten voor hun start bij het basisonderwijs getoetst worden op hun taalvaardigheid. Kinderen die de toets niet halen, gaan eerst naar aparte taalklassen, waarna ze gelijk op kunnen gaan met de groep. Op islamitische scholen bevinden zich voor het merendeel achterstandsleerlingen. Om die reden vindt de PFP dat er voorlopig geen nieuwe islamitische scholen bij moeten komen. Het is een slechte zaak als groepen op ideologische grond van elkaar gescheiden worden gehouden. Godsdienstonderwijs is een zaak van ouders en kerken en niet van de scholen. Het is bovendien de vraag of op scholen, die geïnspireerd zijn op geloofsovertuigingen die van elders komen, wel voldoende de normen en waarden van het land, waar de betreffende leerlingen zelf nu ook wonen, worden meegegeven. Veel scholen hebben bovendien vaak nog een band met landen van afkomst, die vaak meer over de lesinhoud hebben te vertellen dan de Nederlandse overheid. Democratie, tolerantie voor andersdenkenden, vrijheid van meningsuiting en gelijkheid van man en vrouw, enzovoorts, zijn essentiële onderdelen van al het onderwijs in Nederland.

Onderzoek wijst uit, dat een verband bij de onderwijsachterstand bestaat met de mate waarin gemeenschappen op de westerse samenleving zijn georiënteerd.

Grote groepen kinderen verlaten de basisschool met een grote taalachterstand en halen die op de middelbare school nooit meer in. Ook hier is extra Nederlandse les de oplossing en het vergroten van het aantal uren waarin leerlingen in een Nederlandse omgeving zijn. De eisen aan de leerkrachten van de kennis van de Nederlandse taal moeten dus heel strikt zijn en het niveau hebben dat hun onderwijsniveau vereist. Maar ook is belangrijk, dat in de onderwijsinstellingen Nederlands als enige taal wordt gevoerd, behalve in de lessen in vreemde talen. Het is verder nuttig om moeders van jonge kinderen Nederlandse les te geven in de vaak ijdele hoop dat deze thuis dan ook Nederlands gaan spreken. Het is echter flauwekul om voor het bestrijden van de taalachterstand kinderen les te geven in de afkomsttalen van hun ouders. Al het geld voor achterstandbetrijding moet aan de Nederlandse taal worden besteed. De scholen zullen hierop door de gemeente worden afgerekend.

Ook de ouders hebben hun verantwoordelijkheden. Het kan niet zo zijn, dat leerlingen door slaapgebrek, kater van alcohol of drugs, of een gebrek aan ontbijt op school niet kunnen functioneren. De gemeente zal dit samen met de scholen en de bevoegde instanties controleren. Steeds meer dreigt het opvoeden te verschuiven van de ouders naar de scholen. Dit kan niet helemaal worden tegengegaan. Echter, ouders die zich niet houden aan een minimum aan goede en evenwichtige opvoeding zullen gekort worden op uitkering en toeslagen, omdat zij toch geen geld aan de opvoeding besteden. Het moet mogelijk zijn de verstandige ouders voor hun inzet te belonen.

De kinderbescherming en de jeugdzorg zullen worden gecontroleerd op hun effectiviteit en efficiëntie. Het beleid van deze instanties moet direct aansluiten op de gemeentelijke actieprogramma's. Indien scholen problemen niet melden, of niet genoeg aanpakken, omdat zij vrezen een slechte naam te krijgen, zullen zij sancties opgelegd krijgen.

info@partijfranspostma.nl
Valid XHTML 1.0 Strict