De kameleonhand

Prins Carnaval
Dit verhaaltje over een dronken prins Carnaval laat een hele reeks kameleonhanden zien. De een gaat soepeltjes over in de ander. Maar eerst moet je weer vertellen waarover je het hebt. Daarom begin je met de gebaren voor 'prins', 'carnaval' (het alaaf-gebaar) en 'dronken'. De kameleonhand die de vorm heeft van een paar benen vertelt wat er met deze man gebeurt: hij zigzagt over de weg, tot hij aankomt bij zijn Citroën (gebaar is afgeleid van de omgekeerde v-tjes die dat merk op de motorkap heeft). Is het met een gebaar duidelijk waarover het gaat, dan kan de kameleonhand het weer overnemen. Deze keer heeft hij een platte vorm.

pag 142

Net zoals je op toneel harder en duidelijker moet spreken dan normaal. Zo moet je voor een zaal ook groter gebaren. Tijdens een normaal gesprek praat je niet zo hard als in een toneelstuk of vanaf een spreekgestoelte, en in een drukke tram demp je je stem nog meer. In gebarentaal gaat het in feite precies zo. Je kunt de gebarenruimte onderverdelen in de grote gebarenruimte, de standaard gebarenruimte en de kleine gebarenruimte. dat zijn de tegenhangers van luid, gewoon en zachtjes praten. Voor de mededeling die je wilt doen ('Ik stuur een doos op') maakt dat overigens niets uit. Je zegt telkens exact hetzelfde. Ook al wordt een gebaar groter of kleiner, je hebt het nog steeds over diezelfde doos, een doos waarvan je niet precies weet hoe groot die is. Hoe iemand praat hangt ook af van de persoon. Een uitbundig extravert type zet vaak een luidere stem op dan een verlegen, timide type. Wie extravert is zal in gebarentaal ook sneller de grote gebarenruimte gebruiken, een introvert persoon zal zich prettiger voelen bij de kleine gebarenruime. Ook stemmingen en gespreksonderwerp zijn van invloed. Als je boos bent schiet je stem uit. Uit je je woede in gebarentaal dan zal je arm al vlug uitschieten naar de grote gebarenruimte. Andersom zal een moelijk gesprek, over een precair of een taboe-onderwerp, meestal in de kleine gebarenruimte gevoerd worden

pag 143

De kameleonhand
Nu wordt de andere hand ook eventjes een kameleonhand: de prins stapt in. Is dat gebeurt dan verdwijnt die tweede hand weer: de andere hand geeft nu een Citroën-met-Prins aan. Vervolgens rijdt de auto slingerend weg, stuitert om (de onderarm speelt nu de rol van 'weg') en komt weer op zijn wielen terecht.

Terug naar de Gebarenwinkel